Kees van Ast draagt voorzitterschap van TKI T&U over aan Anneke van de Kamp.
Kees van Ast draagt voorzitterschap van TKI T&U over aan Anneke van de Kamp.
Innovatie blijft, het speelveld verandert
Na bijna tien jaar draagt Kees van Ast het voorzitterschap van TKI Tuinbouw & Uitgangsmaterialen over aan Anneke van de Kamp. De wisseling komt op een moment dat het innovatiebeleid in Nederland verandert: het topsectorenbeleid stopt en maakt plaats voor een nieuw industriebeleid. “Ecosystemen veranderen, thema’s veranderen, maar innovatie blijft. De vraag is: hoe zorgen we dat tuinbouw en uitgangsmaterialen ook in het nieuwe beleid goed zichtbaar blijven?”
Toen Kees van Ast in 2016 voorzitter werd van het TKI, stond het topsectorenbeleid nog in de kinderschoenen. Eén van de eerste opgaven was het samenbrengen van tuinbouw en veredeling in één Topconsortium voor Kennis en Innovatie, het TKI T&U. “In die eerste jaren waren we vooral bezig met het bouwen van een organisatie. Bedrijven, kennisinstellingen en overheid moesten elkaar vinden en samen onderzoeksprogramma’s ontwikkelen”, vertelt Kees.
Binnen een TKI werken ondernemers en onderzoekers samen aan innovaties: van fundamenteel onderzoek tot experimentele ontwikkeling. Het doel is altijd hetzelfde: kennis ontwikkelen en vertalen naar concrete toepassingen voor de praktijk. Dat model heeft de sector veel gebracht, vindt Kees. In publiek-private samenwerkingen (PPS) investeren bedrijven en overheid gezamenlijk in onderzoek. “Ondernemers betalen de helft mee. Dan wil je ook resultaat zien en dat versnelt de ontwikkeling. De sector is echt open gegaan.”
Het resultaat is een netwerk waarin bedrijven, brancheorganisaties, ngo’s en kennisinstellingen samenwerken aan thema’s als duurzame teelt, watergebruik, energie en plantgezondheid. Maar het beleidslandschap verandert. Per 1 januari is het topsectorenbeleid gestopt. In plaats daarvan kiest het kabinet voor een industriebeleid dat zich richt op zes strategische markten, waaronder halfgeleiders, biotechnologie, machinebouw en digitale technologie.

Tuinbouw en industrie
Dit nieuwe industriebeleid valt onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Economische Zaken (EZ). Daar ligt de nadruk op economisch verdienvermogen, weerbaarheid en maatschappelijke opgaven. De tuinbouwsector valt echter onder het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), waar de focus – naast verdienvermogen – ligt op het duurzaam en bestendig inbedden van de land- en tuinbouw.
Op het eerste gezicht lijkt dat een spanningsveld. Maar volgens de nieuwe TKI-voorzitter Anneke van de Kamp gaan die twee juist hand in hand. “De kracht van de Nederlandse tuinbouw is dat economische waarde en duurzame oplossingen vaak samen gaan. Onze kennis van kastechnologie, veredeling en teeltsystemen levert niet alleen maatschappelijke oplossingen op, maar ook internationaal verdienvermogen. Juist daarom hoort de sector ook thuis in het nieuwe industriebeleid.”
Dat de spelregels veranderen, zorgt in de sector wel voor vragen, ziet ook Kees. “Als bedrijfsleven schrik je daar natuurlijk even van. Maar uiteindelijk gaat het erom dat je kijkt waar de kansen liggen.”
De publiek-private samenwerking blijft namelijk bestaan. Ook de Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA’s) lopen tot en met 2027 door. Voor TKI T&U betekent dat het werk voorlopig gewoon doorgaat: het organiseren van PPS-projecten en het verbinden van bedrijven en kennisinstellingen. Toch verandert er ook iets. De topteams van de topsectoren zijn gestopt. In die teams zaten vertegenwoordigers van overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen die samen richting gaven aan de innovatieagenda. Kees: “Daar zat veel netwerkkennis en was samen met TKI T&U een duidelijk loket voor ondernemers. Dat is belangrijk voor een sector met zo’n 22.000 mkb-bedrijven.”
Nieuwe structuur
In de nieuwe structuur verschuift de strategische sturing naar themateams die worden geleid door ministeries. Voor de tuinbouw betekent dat dat de koers vooral wordt bepaald binnen het themateam Landbouw, Water en Voedsel onder leiding van het ministerie van Landbouw, Voedsel, Visserij en Natuur (LVVN). Anneke is als voorzitter van het TKI bestuur ook lid van dit themateam. De uitvoering van innovatieprogramma’s blijft wel bij de TKI’s liggen. Volgens Anneke ligt daar de kernopgave voor de komende jaren. “We hebben nog twee jaar waarin de huidige KIA loopt. De organisatie staat, de processen staan en de samenwerking werkt. Maar we moeten nu wel nadenken over wat er daarna komt.”
Innovatie in ecosystemen
Die overgang is niet eenvoudig. Innovatieprogramma’s lopen vaak zo’n vier jaar. Projecten die vandaag starten, lopen dus door na 2027. “Daar moeten we nu al over nadenken. We hebben straks misschien ook een soort afbouw- of overgangsstructuur nodig”, vertelt Anneke. Tegelijkertijd verandert de manier waarop innovatieprojecten worden georganiseerd. Waar onderzoek vroeger vaak vanuit één bedrijf of kennisinstelling werd opgezet, draait het nu steeds vaker om complete ecosystemen. “Neem een thema als water. Dat raakt niet alleen het ministerie van Landbouw, maar ook Infrastructuur & Waterstaat. Dat maakt besluitvorming en financiering complexer: je hebt nu meerdere ministeries nodig, meerdere sectoren én verschillende disciplines. Dat vraagt om nieuwe vormen van samenwerking.”
Die complexiteit heeft ook te maken met de aard van de uitdagingen. De tuinbouw staat volgens Anneke voor grote opgaven: watergebruik, energie, arbeid, plantgezondheid en een duurzame leefomgeving. “Vroeger had je een ziekte in een gewas en gebruikte je een middel. Maar dat is een doodlopende weg. De sector beweegt daarom richting robuuste ecosystemen, waarin technologie een steeds grotere rol speelt.”
Robotica en AI
De technologische ontwikkelingen gaan tegenwoordig ook steeds sneller. Waar het vroeger vijf tot tien jaar duurde voordat een innovatie in de praktijk werd toegepast, is dat nu binnen een paar jaar. Volgens Anneke heeft de tuinbouw dan ook een sterke positie als het gaat om technologie. “We zijn als Nederland koploper in kastechnologie en groene biotechnologie. Daarom biedt deNationale Technologiestrategie veel kansen voor onze sector: robotica voor arbeid, kunstmatige intelligentie (AI) voor datagedreven teelt en biotechnologie voor de ontwikkeling van nieuwe rassen. De kunst is nu om die verbinding te maken en te laten zien dat onze sector daarin thuishoort. Dat betekent snel de nieuwe ‘taal’ leren en routes leren kennen.”
Een ander aandachtspunt is de manier waarop onderzoek wordt georganiseerd. Veel PPS-projecten zijn relatief klein en stoppen zodra het project is afgerond. Volgens Anneke is het tijd om meer te gaan werken met langjarige programma’s en grotere consortia. “Als je echt impact wilt maken op grote thema’s, moet je kennis en mensen langdurig bij elkaar brengen. Een goed voorbeeld daarvan is het programma Kas als Energiebron, waarin overheid, bedrijven en kennisinstellingen samenwerken aan energie-neutrale glastuinbouw. Daar zie je wat er gebeurt als je regie voert en langdurig samenwerkt.”
License-to-produce
Ook communicatie speelt daarbij volgens Kees een belangrijke rol. Innovatieprojecten moeten niet alleen kennis ontwikkelen, maar die kennis moet ook sneller gedeeld worden met ondernemers. Dat is niet alleen belangrijk voor de sector zelf, maar ook voor de maatschappelijke positie van de tuinbouw. “De sector levert een grote bijdrage aan de Nederlandse economie. Direct en indirect gaat het om zo’n 30 miljard euro en ruim 240.000 banen. Tegelijkertijd staat de sector soms onder druk door maatschappelijke discussies over ruimtegebruik, energie en milieu. Daarom moeten we blijven werken aan onze license-to-produce.”
Innovatie blijft
Ondanks alle veranderingen kijken beide voorzitters met vertrouwen naar de toekomst. De tuinbouwsector heeft volgens hen een sterke innovatiecultuur en een groot aanpassingsvermogen. Anneke: “De sector begrijpt dat de wereld verandert en ondernemers willen ook mee veranderen. De kracht zit in de samenwerking”. Kees is het hier helemaal mee aan. Zijn belangrijkste advies voor de toekomst is dat de sector zijn positie in de samenleving goed blijft uitleggen. Breng het belang van de tuinbouw duidelijk over en blijf in gesprek met je omgeving. Want hoewel het beleidslandschap verandert, blijft één ding volgens Anneke en Kees hetzelfde: “Ecosystemen veranderen, thema’s veranderen, maar innovatie blijft.”
Deel dit artikel: